Het benoemen van een aandoening via DSM

Iets benoemen heeft kracht. Mensen die ziek zijn, hebben de neiging om een soort opluchting te voelen wanneer hun ziekte een naam krijgt – ah, ik heb lupus. Een naam hebben voor de ziekte betekent dat anderen weten wat het is, dat ze weten hoe ze het misschien moeten behandelen en het betekent dat het op de een of andere manier ‘echt’ is. Het is niet ongebruikelijk dat mensen, in een poging om een diagnose te krijgen voor hun verontrustende symptomen, verschillende artsen bezoeken.

De meeste psychologen en psychiaters vertrouwen bij een diagnose stellen voor een geestelijke aandoening op het diagnostisch en statistisch handboek van psychische stoornissen (DSM). De DSM ondergaat om de paar jaar een herziening en die herzieningen laten een belangrijke tekortkoming zien in het concept van categorische labeling van emotioneel leed. Zo was homoseksualiteit tot 1986 in de DSM gecategoriseerd als een psychische stoornis, maar politieke en culturele opvattingen hebben duidelijk invloed op de DSM categorieën.

Wat nog belangrijker is, is dat niet alles in een bepaalde categorie past. Als je me vertelt dat je bent gediagnosticeerd met een bipolaire stoornis hoort daar volgens het boek een lijst met mogelijke criteria zoals stemmingswisselingen enz. bij, maar het vertelt me helemaal niets over wat je zelf ervaart of wat de ervaring van de therapeut is. Ik hoor therapeuten vaak verwijzen naar een categorienaam uit de DSM: “Ze is een As II” (borderline persoonlijkheidsstoornis, antisociale persoonlijkheidsstoornis, narcistische persoonlijkheidsstoornis enz.) of “Hij is een cluster B” (dramatisch, emotioneel of grillig) zonder enige andere beschrijving van de persoon als mens. En erger nog, ik heb ook gehoord dat mensen op die manier naar zichzelf verwijzen.

Deze diagnostische benadering om mensen te begrijpen, heeft ingrijpende gevolgen voor de behandeling. Meestal zorgt het ervoor dat de therapeut je niet echt leert kennen. Het interfereert met het begrijpen van jou als persoon en het negeren van de grotere context van je leven en je ervaringen. Wanneer iemand zich uitsluitend richt op de diagnostische criteria – of de ‘symptomen’ – ben je eigenlijk niets meer dan een pathologische entiteit. Maar je bent niet alleen maar een bundel ‘symptomen’. Deze diagnostische categorieën bedienen de farmaceutische industrie en de verzekeringssector, niet jou.

Therapeuten, die een humanistische benadering volgen, proberen daarentegen de patiënt te begrijpen en te verwoorden wat de persoon ervaart in plaats van te proberen de patiënt in zijn eigen realiteit te dwingen. Humanistische therapie is meer een proces van ontdekking, waarbij de patiënt en de therapeut de persoon als geheel proberen te begrijpen, te begrijpen wie je bent en om je eigen manier van functioneren in de wereld, waarin je leeft, te ontdekken.

De Psycholoog – Haarlemse psycholoog

https://www.depsycholoog.nl/haarlem/