Laden...

Hoe werkt het beveiligingscircuit bij een aardlekschakelaar?

Bestelwagen huren - vergelijk providers en voorwaarden voor de beste keuze

Het beveiligingscircuit bestaat uit aardlekbeveiligingen per apparaat een elektrische draad, die van de behuizing naar een geaard stopcontact gaat. Die aarddraad gaat binnen dezelfde mantel als de twee draden die het apparaat voeden. Als om een of andere reden de behuizing van een apparaat, zoals bijvoorbeeld een koelkast, onder spanning komt te staan, dan gaat er via de aarddraad een stroom lopen naar de aardaansluiting van het stopcontact. Die stopcontacten dienen uiteraard op een degelijke manier te zijn geaard. En ook de aardingsdraad moet er blijven en goed contact maken met de behuizing. De genoemde stroom hoort er niet te zijn en wordt daarom een lekstroom genoemd. Vaak is de oorzaak een probleem in de bekabeling, die bijvoorbeeld oud is en waarvan de afscherming niet meer afdoende is of men is onvoorzichtig met een apparaat en veroorzaakt een kortsluiting. Die lekstroom laat een aardlekschakelaar springen en op die manier wordt de stroom onderbroken naar de punten die erop zijn aangesloten. Daar kan letterlijk een mensenleven mee worden gered.

 

De aardlekbeveiliging beschermt ons tegen een mogelijke elektrische schok bij het aanraken van een apparaat met een technisch probleem.

 

 

Aardlekschakelaar

 

De kerncomponent van de aardlekbeveiliging is de aardlekschakelaar. Bij een lekstroom van bijvoorbeeld 30mA, deze laatste waarde hangt af van voor welke waarde de schakelaar is gemaakt, springt de schakelaar. De aardlekschakelaar is een vervanging van de ouderwetse stop. Die laatste kon na springen worden weggegooid. De aardlekschakelaar kan na oplossing van het lek weer worden teruggeschakeld. Als de aardlekschakelaar blijft springen, heeft dat niet door de schakelaar te komen. Er loopt wellicht nog altijd een lekstroom. Vervang nooit een schakelaar met een met een groter ampèrage. Sinds 1975 is het gebruik van aardlekschakelaars verplicht voor woningen bij nieuwe installaties of veranderingen daaraan. Er moeten tenminste twee aardlekschakelaars per installatie worden gebruikt sinds 2005. De NEN-norm 1010 is van toepassing. De aardlekschakelaars bevinden zich in de meterkast Ze hebben een testknop en het is zaak om de aardlekschakelaars regelmatig te testen. Valt een test negatief uit voor een aardlekschakelaar, dan dient die te worden vervangen. Let bij aanschaf van een schakelaar op het type en het ampèrage.

 

https://www.installatievakwinkel.nl/elektra/meterkast/aardlekbeveiliging

Veelgestelde vragen

Wat is een lekstroom en wanneer ontstaat deze?

Een lekstroom ontstaat wanneer de behuizing van een apparaat onverwacht onder spanning komt te staan, bijvoorbeeld door oude, beschadigde bekabeling of een kortsluiting. De stroom loopt dan via de aarddraad naar de aardaansluiting van het stopcontact.

Hoe beschermt een aardlekschakelaar tegen elektrische schokken?

De aardlekschakelaar detecteert lekstroom (bijvoorbeeld 30mA) en schakelt direct de stroomtoevoer uit. Dit voorkomt dat je een elektrische schok krijgt wanneer je een defect apparaat aanraakt.

Wat is het verschil tussen een aardlekschakelaar en een oude stop?

Een oude stop moest na springen worden weggegooid, terwijl een aardlekschakelaar herbruikbaar is. Na het verhelpen van het elektriteitsprobleem kun je de schakelaar simpelweg terugschakelen.

Waar bevinden aardlekschakelaars zich en hoe test je ze?

Aardlekschakelaars zitten in de meterkast en hebben een testknop. Je moet ze regelmatig testen door op deze knop te drukken. Werkt de test niet, dan dient de schakelaar vervangen te worden.

Sinds wanneer zijn aardlekschakelaars verplicht in woningen?

Sinds 1975 zijn aardlekschakelaars verplicht bij nieuwe installaties of wijzigingen. Vanaf 2005 moeten er minimaal twee aardlekschakelaars per installatie aanwezig zijn volgens NEN-norm 1010.

Tags:

Gerelateerde onderwerpen die u wellicht interesseren